woensdag 26 juni 2019

Goochelen op één been.

Daar sta ik dan, in de keuken. Terwijl ik op mijn onderarmen steun schil ik een sinaasappel. Het looprek staat tussen mij en de keukenkastjes in. Ik heb mezelf zo gepositioneerd dat ik daarna met een simpel naar rechts rijken de kraan open kan draaien om mijn handen te wassen. In het begin deed ik dat niet en dan moet ik dus met natte kleverige handen van de sinaasappel mijn looprek vastpakken om naar de kraan te lopen. Vervolgens moest ik dan mijn looprek weer schoonmaken. Geen onoverkomelijkheid maar wel gedoe. Maar zo leer ik elke dag hoe ik mezelf handiger kan voortbewegen.

Heel lang op één been staan is vermoeiend voor de spieren in mijn heup en bil van mijn standbeen. Hierbij heb ik, in tegenstelling tot flamingo’s, wel meer spierkracht nodig dan wanneer ik gewoon op twee benen zou staan. Ik denk dat ik aan het eind van mijn deel één   een hele gespierde bil heb en daarnaast een soort uitgezakte puddingbil. Dat komt vast in deel twee weer goed. 

De thuis- perikelen heb ik wel goed onder controle. Nu is het onderweg nog wel eens de beste manier van goochelen zoeken. Als ik bijvoorbeeld ergens naar toe ga en ik moet naar het toilet, gebruik ik vaak de muur om te leunen zodat ik mijn twee handen vrij heb om mijzelf weer aan te kleden. Maar ik heb ook ontdekt dat ik vrij goed ben in balanceren op één been. Soms kies ik ervoor om te balanceren. Het is bijzonder hoeveel spieren je gebruikt om te zorgen dat je niet ter aarde stort. Als ik tijdens het balanceren naar mijn voet kijk waar ik op sta zie ik die allemaal kleine bewegingen maken.( in tegenstelling tot een flamingo die een soort klik systeem in zijn been heeft waardoor hij zonder spierkracht op één been kan staan (aldus internet). Fascinerend.)

Wat wel een echte uitdaging is, zijn deuren met drangers. Daar moet je soms best wat kracht voor gebruiken om ze open te krijgen waarna ze eigenlijk meteen weer met dezelfde kracht dicht willen vallen. Meestal geef ik er een douw tegen, die niet genoeg is om de deur ver open te krijgen maar wel een stukje. Ik steek daarna meteen mijn kruk tegen de deur aan. De onderkant van mijn kruk is van rubber en dat zorgt ervoor dat hij niet verder dicht kan vallen. Daarna nog een douw tegen de deur terwijl ik tegelijkertijd mijn onderkant kruk verplaats en zo kom ik dan naar binnen. Bij het naar buiten gaan moet ik altijd uitkijken dat ik niet een ongewild kontje van de deur krijg. Veel gaat over in balans blijven en balans zoeken deze dagen. 



(Vanwege allerlei copyright gedoe heb ik zelf een flamingo gefreubeld)

Geen opmerkingen: