zondag 28 juli 2019

Hansaplak en hitteplan

Goed, het is gelukkig inmiddels weer wat koeler. Ik hou niet echt van heel veel hitte. Op kou kan ik me kleden, hoewel ik dat soms ook een uitdaging vind. Bij warmte houdt het op een gegeven moment op. Dan is alles uit. Mensen om me heen vragen af en toe of ik het allemaal wel volhou in de hitte. Ik ben blij dat ik geen gips heb en ik heb een persoonlijk nationaal hitteplan dat er als volgt uitzien:

- blijven ademen
- niet te veel bewegen
- water drinken
- niet mauwen dat het heet is (het is namelijk gebleken dat dit zowel de interne als de omgevingstemperatuur niet kouder maakt)
- als ik dan toch naar buiten moet, zo veel mogelijk de schaduw opzoeken. 

Nou, best overzichtelijk al zeg ik het zelf. Dat mijn been het nu niet doet maakt voor mijn hitteplan weinig uit. Het enige nadeel van veel hitte zijn zweethanden. Nooit over na gedacht maar als je zweethanden hebt ga je glijden over de handvaten van je krukken. Door de wrijving ontstaan blaren. En dat was minder prettig. Dinsdag en Woensdag zou ik naar Eindhoven gaan. Dinsdag in de ochtend naar de bus gehinkeld. Dat ging goed. Op de terugweg was het alleen al veel warmer geworden. Toen ik thuis was gekomen deden mijn handen zeer. Dat is wel vaker na een lang stuk op krukken. Nu zag ik dat op beide handpalmen zich blaren vormden. Shit en au.

Woensdag wilde Sander me naar de bushalte brengen. Dat was fijn want dat scheelt toch snel 500 meter hinkelen. En hoewel 500 meter op zich niet veel lijkt, op krukken is dit best een eindje. In de ochtend had ik, met behulp van ‘ een beetje van mijzelf en een beetje van google’ ,mijn handen ingetapet met hansaplast. Gewone bruine tape omdat ik niks anders had. Dit om te zorgen dat de wrijving verminderde. Het zag er erg profi uit. Maar nog voor ik in de trein zat in Breda was de tape al half van mijn handen af. Alles zat onder de hansaplak. Zowel mijn krukken (door de druk kwam de plak door de tape) als op mijn handen en zelfs op mijn telefoon. De rit naar Eindhoven heb ik gebruikt om alle plak en tape zo goed mogelijk weer te verwijderen. Dit werkte niet! Ik heb ook fietshandschoentjes waar gelpats in zitten. Daarna heb ik die toch maar weer aan gedaan. (Daar krijg ik nog meer zweethanden in en glij ik ook in). In Eindhoven heb ik sporttape gekocht. Ik moet nog testen of dit werkt. Ik laat eerst even de blaren helen. 

Op de terugweg was Mara zo lief om me uit Tilburg op te halen. Inmiddels was de temperatuur toen tegen de 38 graden buiten dus daar was ik heel blij mee. Hogere temperatuur betekent meer zweten en meer zweten betekent nog meer schuiven.

Donderdag heb ik een dag bij Mara gebivakkeerd. Haar huis blijft koeler dan dat van ons en donderdag zou het drama worden qua temeratuur. Dus in de ochtend door Gonnie naar Mara gebracht, daar gezellig koffie gedaan en bijgekletst. Rond een uur of 1 kwam mijn leen-fysio daarheen. Mijn eigen fysio is op vakantie dus ik heb al een paar weken een vervanger. Ik vertelde hem van mijn tripjes naar Eindhoven met bus en trein. Ik zag hem schrikken. Ik moest wat moeite doen om hem te overtuigen dat ik de risico’s van mijn plannen echt wel op waarde schatte en dat ik niet in zeven sloten tegelijk loop (wat sowiso lastig gaat met krukken). En ik heb beloofd om het voor te leggen aan de chirurg waar ik woensdag naar toe ga. 

Het bleef zoete inval bij Mara want rond een uur of half 3 kwam Annelies weer voor een behandeling. En nog later kwam Sander om daar samen te eten. Gezellig, zo’n dagje hitte ontwijken. 




woensdag 17 juli 2019

Trein!

Vorige week ben ik voor het eerst zelfstandig met de trein geweest! In de aanloop tot dit gebeuren waren er hier en daar wat bezwaren. Toen ik mijn moeder door de telefoon vertelde dat ik zelfstandig met de trein naar Eindhoven zou gaan hoorde ik een zware zucht aan de andere kant van de lijn en van Mara kreeg ik een speech. Annelies en Corinne hadden stil protest maar wel allebei hun gedachten hierover. Allemaal vanuit zorg en liefde. 

Eerste keren vind ik soms spannend. Het ligt een beetje aan het onderwerp. Natuurlijk vond ik het best spannend om voor het eerst met krukken met de trein te gaan. Het is tenslotte niet iets waar ik getraind in ben. Van te voren had ik met de fysio besproken of het zou kunnen want, ik loop niet in zeven sloten tegelijk. Hij zag geen bezwaar. Ik had er goed overna gedacht.

De NS is mijn werkgever en de trein mijn werkplaats. Ik ken de seinen, weet waar de wissels overgaan in de spoorstaven. Kortom, daar geen verassingen.
Sander zette me af in Breda zodat ik niet ook nog met de bus hoefde. Daarna op het gemak naar het perron gelopen. Ik was even op een bankje gaan zitten met mijn blik op het seinbeeld. Als die veilig komt moet ik op richting de plek lopen waar de deur ongeveer zal stoppen waar ik in wil. Dus terwijl de rest van de reizigers naar de kant keken waar de trein vandaan zou gaan komen keek ik de andere kant op, naar het sein. Ik kan me voorstellen dat de reizigers om me heen dachten dat ik niet wist van welke kant de trein zou komen of gewoon in de war was.
Het meest spannende moment vond ik het in en uitstappen. In het geval dat ik niet het trapje van de intercity op durfde te klimmen had ik bedacht dat ik ook altijd nog met de sprinter kon gaan. Die heeft een instap die gelijkvloers is. Maar het ging goed. Gelukkig heb ik genoeg armkracht om mijzelf tegen de zwaartekracht in naar boven te helpen hinkelen het trapje op.

De reden dat ik zo graag wilde kijken of het lukte om met de trein te gaan was de volgende: Ik ben aangenomen als teammanager voor de hoofdconducteurs in Eindhoven. (Jeuhh) Ik wilde graag weten wat lukte en hoe moe ik zou zijn. Dat ik moe zou zijn wist ik zeker maar ik was benieuwd of het reizen ook zou gaan of dat dit niet te doen was. Het is te doen. Dit betekent dat ik in mijn opbouwplan kan meenemen dat ik sommige dagen aanwezig zal zijn in Eindhoven. Ik kan in mijn hoofd vanalles bedenken maar het moet ook haalbaar zijn. Ik kan denken dat ik zelfstandig met de trein kan maar als ik het niet geprobeerd heb weet ik het niet zeker.

Later afgelopen week ben ik ook voor het eerst met de bus gegaan. Een hele andere belevenis dan de trein. In de trein is de in en uitstap het meest spannend. In de bus zijn de medereizigers en de rijstijl van de chauffeur de grootste uitdaging. Mijn grootste angst in de bus is dat iemand zijn evenwicht verliest en tegen mijn been aanvalt. Om dat te voorkomen had ik mijn been achter een stang geplaatst wat dit onmogelijk maakte. Het in en uitstappen is a piece of cake, want die uitstap is bijna gelijkvloers. Dus Eindhoven.. here i come! 







zaterdag 13 juli 2019

Revalideren in evenwicht.

Hoewel ik nog maar in mijn deel 1 van mijn revalidatie zit en er naast bewegen van mijn knie en het soepel houden van mijn spieren nog weinig werk aan de winkel is, roep ik toch af en toe de hulp in van Annelies. Ik ken Annelies via onze gezamenlijke hobby namelijk de paarden. Onze paarden staan op dezelfde stal. Daar is het contact en onze vriendschap begonnen. Annelies heeft een eigen bedrijf: 
‘in evenwicht’ http://in-evenwicht.com/

Toen ik net thuis was, waren het niet zozeer mijn spieren die hulp nodig hadden. Toen kwam Annelies mijn lymfeknopen open zetten. (huh wat?). In het kort: Je lymfe stelsel kan vocht en afvalstoffen afvoeren. Door de operatie en het helingsproces wat zich in mijn knie afspeelde, hield ik behoorlijk wat vocht vast. Door die lympfeknopen open te zetten werd mijn lijf op dat vlak geholpen. Fijn, want door minder vocht kon ik mijn knie weer makkelijker bewegen wat ook weer beter is voor de spieren in het omliggend weefsel. 

Nog voor ik mijn ongeluk kreeg had ik af en toe last van mijn elleboog. Het was niet erg genoeg om ervoor naar de dokter te gaan. 
Tijdens mijn revalidatie werd de pijn in mijn elleboog erger en nu blijk ik links een beginnende tenniselleboog te hebben. Pijnlijk en vervelend. De fysio heeft tips gegeven wat ik qua bewegen anders kan doen (niet meer zelf mijn rolstoel vooruit duwen, niet knijpen in dingen). Krukken lopen mag wel. Vaker met krukken lopen betekent ook vaker een beroep doen op spieren waarvan ik wel wist dat ik ze had maar die ook al een tijdje werkeloos toekeken. En dat resulteert in spierpijn. 

Kortom: het resultaat van mijn lijf niet kunnen gebruiken hoe ik dat normaal doe zorgt voor ongemak en overbelasting op andere gebieden. Afgelopen donderdag kwam Annelies met haar mobiele stoel om mijn nek, schouders en armen te masseren. Heerlijk pijnlijk! Het voelt fijn maar op sommige punten doet het ook echt zeer. En daar komt ze natuurlijk ook voor, om te zorgen dat juist de spieren die vast zitten weer los worden en uiteindelijk minder pijn gaan doen. Aankomende week komt ze weer om dan mijn linker been en mijn voet te masseren dat zal die spieren goed doen. Ik ben met mijn linker been allerlei spierversterkende oefeningen aan het doen. Ik merk dat hij al beetje bij beetje ietsiepietsie sterker wordt. De ondersteuning van Annelies zorgt ervoor dat de boel wat meer in evenwicht komt dat gaat me helpen in mijn deel 2. Fijn!






zondag 7 juli 2019

De slak met de noppensok.

In het ziekenhuis mocht ik van de zusters niet het bed verlaten zonder een noppensok aan mijn rechter voet.  De voet aan het gezonde been. Dit om uitglijden te voorkomen. Thuis heb ik een paar noppensokken aangeschaft en als ik geen schoenen draag heb ik altijd een nokkensok aan. 
Een noppensok is een sok met aan de onderkant antislip nopjes. Ik denk dat de officiële naam antislipsok is. Noppensok klinkt spannender. Maar veel spannender dan de naamsverandering kan ik het niet maken. Het is wel handig want het werkt. Ik glij niet uit. 

Naast de noppensok doet het looprek ook nog steeds dienst. Ik ben nog steeds content met de tas die Sander eraan gemaakt heeft. Ik kan er ook een stuk sneller mee hinkelen dan in het begin, althans, dat is volgens mij vooral in mijn beleving. Een looprek heeft een aantal beperkingen. Het tasje wat eraan gemaakt is gaat bij hogere snelheid heftig heen en weer en knalt dan hard tegen mijn bovenbeen. Doet geen pijn maar is irritant. Daarnaast moet ik uitkijken dat als ik hem gevuld heb met ‘dingen’ ik niet te snel wil want dan vliegt dat wat er in zit met de zelfde vaart weer uit. Ik kan met mijn ballerina zwaai wel dingen oprapen maar het wordt wat vervelend als dat elke stap is. 
Een andere beperking is het stangetje wat de vier poten aan de onderkant op zijn plaats houdt. Die zorgt ervoor dat je pas maar zo groot kan worden als het stangetje het toelaat. Anders knal ik er met mijn scheenbeen tegenaan wat een direct vloeken oplevert omdat dit wel pijn doet. 
Met krukken kan ik wel harder maar dat vindt ik in huis minder practisch omdat ik een sleper (persoon die dingen mee wil nemen) ben. 

Als ik dan wel met grote moeite keihard probeer vooruit te komen met dat rek zie ik Sander soms staan wachten zodat ik door kan hinkelen. Omdat hij staat te wachten realiseer ik me dat mijn tempo laag is en ik wat dat aangaat waarschijnlijk goed mee kan komen met de plaatselijke bejaardenclub. Ik denk maar zo, ik ben alvast aan het oefenen. Als we later allemaal achter looprek lopen, loop ik iedereen eruit want mijn techniek is al fantastisch!
Ik heb het ook sneller koud. Ik ben sowiso al een miep met kou. Dat is nu ik veel tijd in de rolstoel doorbreng niet minder geworden. Ik ben nog niet begonnen met een dekentje over mijn benen in de rolstoel maar wie weet.

En... Het aftellen is begonnen. We zijn in Juli aangekomen. 31 Juli ga ik terug voor foto’s van mijn been en dan hoop ik op groen licht om te mogen belasten.. nog maar 3,5 week!




dinsdag 2 juli 2019

Rolstoel en krukken

Op dit moment beweeg ik me voort met krukken, het looprek of de rolstoel. Vooral als Sander en ik de hort op gaan gaat de rolstoel mee. Een klein stukje met krukken lopen gaat wel maar een lang end is een uitdaging. Dan biedt de rolstoel uitkomst. Ik moet zeggen, er zijn nog nooit zoveel mannen (en vrouwen) voor mij door de knieën gegaan. 

Als we onderweg zijn met rolstoel heb ik altijd krukken bij me voor het geval ik naar het toilet moet oid. Dat is echt handiger met krukken. Als ik me dan eenmaal verticaal richting toilet beweeg zeggen mensen. “ Oooo je kan gewoon lopen! Het valt wel mee. “ Grappig is dat, zolang je in een rolstoel zit is het leed blijkbaar groter dan als je staat of met krukken loopt. Nou, het leed is niet groter of kleiner.  De rolstoel is een praktische manier van voortbewegen. Nu hoef ik geen brace meer om maar ook die zorgt ervoor dat mensen anders met je omgaan of naar je kijken. Ze zijn dan voorzichtiger. Bij mij is het zichtbaar en daar reageren mensen op. Het is jammer dat er geen burn-out brace bestaat. Of een depressie kruk. Ziektes die je wereld op zijn kop doen staan maar waar je geen uiterlijke kenmerken bij ziet. Dus ik heb mazzel, de ogen die op mij gericht zijn, zijn zonder oordeel.

Ondertussen heb ik ook al een tijdje een angst. Ik heb een aantal weken geleden gedroomd dat ik opstond en zo weg liep, zonder aarzeling. Sinds die tijd ben ik bang dat ik dat doe. Ik heb helemaal geen pijn. Soms voel ik ongemak maar dat is eigenlijk alleen de spieren die stram zijn. De fysio moest lachen, “ Dat voel je wel hoor als je opstaat,  waarschijnlijk doet dat zoveel zeer dat je meteen naar steun zoekt, of meteen gaat zitten” Alles in mijn been is natuurlijk verzwakt door het niet gebruiken. 

Ik kan inmiddels wel steeds makkelijker op mijn zij liggen. Als ik dan zo op bed lig beweeg ik mijn linker been naar boven en weer naar beneden. Zo train ik een beetje mijn gluteus maximus, medicus en vast ook minimus a.k.a. Grote (en kleinere) bilspier(en). Ik merk dat mijn spieren een klein beetje sterker worden en dat is fijn voor als ik mijn been straks weer mag belasten. Bewegen met mijn been gaat sowiso beter. Stuntelde ik eerst nog met een grijper of vroeg ik hulp als er iets viel. Nu zwaai ik mijn linker been als een echte prima-balarina naar achteren. Dat zorgt voor tegengewicht zodat ik met een mooie buiging naar het gevallen voorwerp kan reiken en het zelf op kan pakken.

Ik had gister ook een klein “ jeuhhh” momentje. Ik smeer regemaltig mijn litteken in en voel soms ook aan de plek waar de breuk zit. Nou druk ik niet hard en als ik dan een beetje op die plek drukte voelde ik pijn. Gisteren merkte ik dat als ik erop drukte dat ik niks voelde. Ik heb overigens niet daarna geprobeerd met meer druk te kijken wanneer het wel zeer ging doen maar ik was er blij mee. Ik weet niet of het dan het weefsel is wat minder pijn doet of het bot maar dat doet er niet heel veel toe. Ergens hoop ik dat dit betekend dat het bot genezen is maar volgens mij zitten er in bot geen zenuwen dus zal het wel niet het bot zijn wat ik voel, of..eigenlijk niet meer voel. Afijn. De kleine dingen.