zaterdag 17 augustus 2019

De volgende stap

De volgende stap is een vrij letterlijke. Ik stap al aardig rond. Nog wel met krukken weliswaar maar ik merk dat ik vooruit ga. Mijn spieren worden heel langzamerhand wat sterker. Sinds afgelopen week komt de fysio ook niet meer thuis maar ga ik naar de fysio om in de zaal te oefenen. 'De zaal' is een soort fitnessruimte met fietsen, loopbanden en allerlei materiaal om mee te oefenen. Er gaat een nieuwe wereld voor mij open.

Ik heb thuis inmiddels een hometrainer die ik van een buurman kon lenen. Super handig. Samen met de fysio heb ik het ding ingesteld. Het zadel heel hoog en geen verweer. Ik kan de omwenteling die de trappers maken nog niet voor elkaar krijgen. Ik verschuif mijn hiel over de trapper om zo wel rond te komen of ik maak halve maantjes. Naar voren tot mijn knie stopt, dan weer naar achteren en dan dus heen en weer.

In de fysiozaal staat een fiets waarbij je de crank van de fiets groter en kleiner kan maken. In mijn geval zet de fysio de omwenteling heel klein. Het komt er op neer dat ik op een soort kinderfiets aan het fietsen ben die een zadelhoogte heeft voor een volwassene. Ik kan er in ieder geval lekker op peddelen. 

De eerst keer kwam ik vanuit mijn werk  naar de fysiozaal. Daar werd ik geïnstalleerd op de fiets. Ik was niet de enige die aan het oefenen was. Voor mij in het midden van de zaal hadden de behandelaren een soort van hindernisbaan neergezet. Het deed me denken aan een agility parcours voor een hond of paard. Pionnen met gaten erin waar een stok tussen bevestigd was. Een soort evenwichtsbrug die als je van de ene naar de andere kant loopt meebeweegt, achthoeken aan elkaar waar mensen dan met grote stappen in moesten gaan lopen. Alles om de soepel- en bewegelijkheid van het bewegingsapparaat te bevorderen.

Na de fiets mocht ik naar de leg-press. De leg- press is eigenlijk een omgekeerde squat machine. Liggend op je rug beweeg je een paneel van je weg. Weer een lage weerstand. Ik mag tot 60 keer. Wel proberen mijn been zo goed mogelijk te strekken. Vanuit mijn nieuwe positie kijk ik weer door de ruimte. Met mijn -bijna-39-jaar verlaag ik de gemiddelde leeftijd enorm. Het blijkt dat in het zelfde gebouw kamers zijn waar mensen kunnen revalideren die even niet zelfstandig kunnen wonen na een operatie oid. Vandaar de hoge leeftijd van mijn medestrijders. Overal in de ruimte staan stoelen. Die staan er niet om oefeningen op te doen maar om op uit te rusten na een inspanning. Naast mij gaat een man op een stoel zitten om uit te rusten. Ik beweeg even niet. Hij steekt zijn hand uit. "ik ben kees, gaat het wat?" knikkend en kijkend naar mijn been. We raken in gesprek. ik over mijn been en hij verteld over zijn hersenbloeding. 'ik ga goed vooruit, ik kan mezelf alweer wassen' hoor ik hem zeggen. 'en nu weer oefenen met lopen'. Blijkbaar is de rusttijd van Kees over. Zijn behandelaar komt hem halen voor een tweede rondje. Ik kijk hem na terwijl hij aan de arm van zijn fysio rondstapt. Zo heeft iedereen hier zijn eigen geschiedenis. 

De tweede keer heb ik om 13:00 s'middags afgesproken. Van 12 tot 13:00 hebben de fysio's pauze. Om 13:00 gaat de zaal weer open. Ik ben voor 13:00 al in het gebouw en ga in de wachtkamer zitten. Ik zie allemaal mensen in de richting van de zaal lopen en schuifelen. Aangezien de zaal nog zeker 7 minuten dicht is blijf ik geduldig op mijn bankje zitten. 
Het fenomeen doet me denken aan die keer dat we aan het verbouwen waren en ik voor de mannen wat eten ging halen bij de bakker. Ik stond toen te wachten voor de dichte deur omdat het nog geen openingstijd was. Om mij heen verzamelde zich toen ook allerlei ouderen. Met rollator of scootmobiel die zo voor de deur gingen staan dat het meisje van de winkel nauwelijks mogelijkheid had om de deur te openen. Eenmaal open werd er naar binnen gespurt. 

Hier bij de fysiozaal ontstond een zelfde situatie. Toen ik tegen 13:00 richting zaal liep zag ik de zaal opengaan en snelden alle oudjes, die daarvoor dus voor een dichte deur stonden te wachten, zich richting hun eerste onderdeel. Op mijn gemakje kwam ik de zaal in. Mezelf afvragend wat voor druk schema de ouderen weerhield de tijd te nemen voor het begin van de therapie. Want naast mijn inmiddels volledige baan van 36 uur heb ik blijkbaar een rustiger leven. Althans, zo lijkt het. Op mijn gemak liep ik richting de fiets om daar te beginnen met peddelen. 


zondag 11 augustus 2019

Verrassing en nachtelijke bezoekjes

Ik ben blij dat ik meer mobiel en stabiel ben. Met de weegschaal kijk ik af en toe hoeveel kilo ik op mijn been kan laten rusten en ik ben niet ontevreden. Mijn fysio ook niet. Wat wel de grote verrassing van de week is dat ik niet zozeer last heb van mijn been maar wel van mijn voet. Ik heb in de tijd dat ik mocht bewegen en niet belasten regelmatig spieroefeningen gedaan die de spieren in mijn been een beetje aan het werk zette. Mijn voet heeft 11 weken langs niks gedaan. Geen druk gevoeld. Nu ik ineens druk op mijn voet zet protesteren alle spiertjes, peesjes, gewrichtjes die ik in mijn voet heb. Een grote verrassing, want van alle scenario's die ik in het kader van revalidatie had bedacht, had ik geen rekening gehouden met mijn voet.

Goed, mijn voet krijgt nu ook extra aandacht in de vorm van rust en massage. Inmiddels heb ik ook in de gaten dat de pijn in mijn voet ook te maken heeft met het nog niet goed kunnen strekken van mijn knie. Als ik veel rust en met mijn knie omhoog zit dan loopt het vocht er voor een groot deel uit maar op het moment dat ik ga lopen wordt mijn knie weer dik van het vocht en kan ik hem nog minder goed strekken. De pezen en spieren aan de achterkant ben ik met oefeningen wel aan het oprekken en ik kan je zeggen dat er leukere dingen op de wereld zijn. Afijn.. ik ben er zoet mee.

Daarnaast is het zomer en krijg ik nachtelijke bezoekjes van allerlei dieren. Een aantal weken terug was daar de muis die mijn ochtend routine verstoorde. Vorige week wilde ik mijn schoen aantrekken en tijdens het aantrekken stuitte mijn voet op iets waardoor mijn voet niet verder de schoen in wilde. Ik keek in mijn schoen en zag daar een naaktslak. Ik denk dat die mijn schoen aangezien had voor een mooi huis en was erin gekropen. Ik was minder blij met de indringer en heb hem met een beetje geweld weer naar buiten geholpen.

En verder zijn er natuurlijk muggen. Elk jaar weer trouwe bezoekers van mijn slaapplek. Nu ik er niet achteraan kan jagen is er een soort van disco-saar-en-mug-spel ontstaan. Dat gaat ongeveer zo:
- ik hoor hem zoemen.
- knip mijn licht aan. Vaak is dan het zoemgeluid acuut verdwenen en zie ik niks.
- licht weer uit. Meestal hoor ik na een minuut het zoemende geluid weer.
-licht weer aan. Soms heb ik de mazzel dat ze niet op tijd uit het bereik van mijn handen zijn gevlogen en krijg ik ze te pakken. Andere keren staar ik naar het plafond waar ik de mug een dansje zie doen. Dit disco gebeuren kan doorgaan tot of ik in slaap val of de mug zijn aandacht en interesse verliest. Meestal komen ze de volgende avond als Sander en ik voor de tv zitten met de deuren open toch weer even kijken of het al tijd is voor het disco spel. Maar goed.. Sander kan wel jagen.. Dikke pech! Inmiddels heeft Sander een anti vliegen ding gekocht voor in het stopcontact en ik moet zeggen dat het goed helpt.

Afijn.. ook daar ben ik zoet mee.



zaterdag 10 augustus 2019

Cocktail van sensaties

Toen ik in mei op de grond lag en klaar was met het regelen van vanalles begon ik de pijn te voelen. De pijn die steeds heftiger werd. Ik wilde ernaartoe met mijn concentratie zodat ik erin kon ademen. De pijn opvangen. Bij het ongeval waar ik ooit mijn bovenbeen bij brak leerde een lieve vriendin mij dit. Ik had toen ook pijn maar wilde voor wegrennen, het niet voelen. Ik was als het ware buiten mijzelf. Ze zei toen, Saar, concentreer je op de pijn en adem erin. Ingewikkeld vond ik maar ik probeerde het toch.

Nu zoveel jaar later was mijn eerste reactie om ernaartoe te ademen. Veel vragen om me heen om me bij kennis te houden. Logisch, maar het koste energie en ze weerhielden me ervan bij de pijn te blijven. Een stalgenoot, Gea, pakte mijn gezicht en samen ademde we naar de pijn. Zo was de pijn te doen, dat was fijn.

Pijn is een gek en nuttig iets. Het waarschuwt je dat er iets aan de hand is wat aandacht nodig heeft. Bij een beetje pijn kun je het soms zelf fixen, een pleister, wat rust of een goed gesprek. Maar in dit geval kon ik mezelf niet fixen. Gelukkig waren de doktoren die mijn been bestudeerden allemaal kundig en konden die dat wel. Fijn.

Naast de fysieke pijn is er ook mentale pijn. Dan heb ik het eigenlijk over emoties of sensaties die ik voel als iets me overkomt. Boosheid, verdriet, angst of teleurstelling. En dat totale spectrum van gevoelens en sensaties is de afgelopen tijd de revue gepasseerd in kleinere of grotere mate. Vroeger waren er wel momenten in mijn leven dat ik liever die pijn weg duwde of er voor wegrende maar ik weet inmiddels ook dat het niet helpt en dat ook die pijn een reden heeft en ook aandacht.

zolang je niet blijft wegduwen of wegrennen is even ontsnappen aan die pijn ook niet erg, zolang je hem op een gegeven moment maar wel erkent.
Ik ben intens blij dat ik weer aan de volgende stap toe ben maar ik was gisteren gesloopt door al het lopen. Mijn been deed pijn. Te veel, te over-enthousiast.

Gisteravond mijn been gemasseerd (komt mijn sportmassageopleiding van tig jaar terug toch nog van pas). De pijnlijke weldadigheid van mijn handen hielpen.Vanmorgen voelt het beter en ik merk ook dat mijn been sterker wordt.Aan de andere kant is soms de mooie kant van het spectrum ook lastig toe te laten. Bijvoorbeeld het ontdekken van een talent doordat je complimenten krijgt terwijl je dat zelf niet zo zag.

Heb je bij het laatste compliment dat je kreeg een volmondig ‘dank je wel! ‘ gezegd zonder dat je eigen gedachten de mooie woorden van de ander meteen ontkrachtte? En heb je genoten van het feit dat de ander je zag? Oefening baart kunst. Vandaag weer een nieuwe dag om alle kleuren van je spectrum te zien en ervan te genieten.

Fijne dag allemaal!




zaterdag 3 augustus 2019

Deel 2!

Afgelopen woensdag was het zover. De check-up bij de chirurg. Ik had er enorm veel zin in. Er waren twee mogelijkheden zover ik kon zien:
1. Alles is goed en ik mag belasten.
2. Nog niet wat het moet zijn dus nog niet belasten.

De chirurg was tevreden. De foto's zagen er goed uit en dus gingen we voor optie 1 en kreeg ik groen licht om te mogen belasten. (jeeuhhh)
Op het formulier wat ik van de chirurg heb gekregen staat beschreven tot hoeveel kilo ik in het begin mag belasten. Ik begin met 25-35 kilo. Maar goed, hoe meet je dat. De fysio had van te voren gezegd dat een ouderwetse weegschaal met draaischijf handig zou zijn. Die heb ik woensdag middag dus meteen gehaald. Thuisgekomen heb ik dat ding op de grond gelegd. Ik was natuurlijk nieuwsgierig hoeveel dat dan zou zijn. Het viel me dat ik best wat druk moest zetten om tot 25- 35 kilo te komen. Het is de bedoeling dat ik over een maand kan staan. De belasting van mijn bot gaat helpen om mijn bot weer stevig te maken. Dat is de reactie die bot heeft op druk.

De volgende middag stond de fysio voor de deur. Met mijn krukken in mijn handen deed ik de deur open. Met een grote glimlach. Zo! nu gaan we lopen!
Het voelt meteen als een hele stap als je tussen twee krukken allebei je benen gebruikt. Om te leren voelen hoeveel ik mag belasten moet ik met mijn gezonde voet op een boek gaan staan en met mijn andere voet op de weegschaal. Het boek is alleen maar bedoeld om te zorgen dat ik met beide benen ongeveer gelijk sta.

Inmiddels staat het looprek werkeloos in de hoek. Het loopt niet lekker namelijk. Met mijn krukken lukt het beter rechtop te staan en wordt mijn beweging niet beperkt door het onderste stangetje van het looprek. Ik merk wel dat ik nog snel geneigd ben om, als ik stil sta, meteen mijn gewicht te verplaatsen naar mijn rechter ( gezonde) been. Logisch ook, 11 weken lang was dat de beweging die ik maakte. Nu moet ik weer een nieuw evenwicht en balans vinden.

Ik wist dat het pijn ging doen. Tenminste, daar ging ik vanuit. En dat doet het ook. Of laat ik het zo zeggen. Mijn spieren hebben 11 vakantie gevierd en moeten nu ineens zonder waarschuwing aan de bak. Als ik rechtop sta voel ik ze trillen. Alle kleine gewrichtjes, bandjes en peesjes in mijn voet vinden er ook wat van dat ze weer gewicht moeten dragen. En zeker de eerste meters voelt alles stijf, maar.. we gaan voor spierpijn, zoals de fysio zei!

Ik probeer ook zo bewust mogelijk mijn voet onder mijn lijf te plaatsen en niet uit het lood. Ik moet recht leren lopen. Dus als een bejaarde kievit, met veel concentratie en zo trots als een pauw, loop ik nu rond. Mijn deel 2 is eindelijk begonnen!



zondag 28 juli 2019

Hansaplak en hitteplan

Goed, het is gelukkig inmiddels weer wat koeler. Ik hou niet echt van heel veel hitte. Op kou kan ik me kleden, hoewel ik dat soms ook een uitdaging vind. Bij warmte houdt het op een gegeven moment op. Dan is alles uit. Mensen om me heen vragen af en toe of ik het allemaal wel volhou in de hitte. Ik ben blij dat ik geen gips heb en ik heb een persoonlijk nationaal hitteplan dat er als volgt uitzien:

- blijven ademen
- niet te veel bewegen
- water drinken
- niet mauwen dat het heet is (het is namelijk gebleken dat dit zowel de interne als de omgevingstemperatuur niet kouder maakt)
- als ik dan toch naar buiten moet, zo veel mogelijk de schaduw opzoeken. 

Nou, best overzichtelijk al zeg ik het zelf. Dat mijn been het nu niet doet maakt voor mijn hitteplan weinig uit. Het enige nadeel van veel hitte zijn zweethanden. Nooit over na gedacht maar als je zweethanden hebt ga je glijden over de handvaten van je krukken. Door de wrijving ontstaan blaren. En dat was minder prettig. Dinsdag en Woensdag zou ik naar Eindhoven gaan. Dinsdag in de ochtend naar de bus gehinkeld. Dat ging goed. Op de terugweg was het alleen al veel warmer geworden. Toen ik thuis was gekomen deden mijn handen zeer. Dat is wel vaker na een lang stuk op krukken. Nu zag ik dat op beide handpalmen zich blaren vormden. Shit en au.

Woensdag wilde Sander me naar de bushalte brengen. Dat was fijn want dat scheelt toch snel 500 meter hinkelen. En hoewel 500 meter op zich niet veel lijkt, op krukken is dit best een eindje. In de ochtend had ik, met behulp van ‘ een beetje van mijzelf en een beetje van google’ ,mijn handen ingetapet met hansaplast. Gewone bruine tape omdat ik niks anders had. Dit om te zorgen dat de wrijving verminderde. Het zag er erg profi uit. Maar nog voor ik in de trein zat in Breda was de tape al half van mijn handen af. Alles zat onder de hansaplak. Zowel mijn krukken (door de druk kwam de plak door de tape) als op mijn handen en zelfs op mijn telefoon. De rit naar Eindhoven heb ik gebruikt om alle plak en tape zo goed mogelijk weer te verwijderen. Dit werkte niet! Ik heb ook fietshandschoentjes waar gelpats in zitten. Daarna heb ik die toch maar weer aan gedaan. (Daar krijg ik nog meer zweethanden in en glij ik ook in). In Eindhoven heb ik sporttape gekocht. Ik moet nog testen of dit werkt. Ik laat eerst even de blaren helen. 

Op de terugweg was Mara zo lief om me uit Tilburg op te halen. Inmiddels was de temperatuur toen tegen de 38 graden buiten dus daar was ik heel blij mee. Hogere temperatuur betekent meer zweten en meer zweten betekent nog meer schuiven.

Donderdag heb ik een dag bij Mara gebivakkeerd. Haar huis blijft koeler dan dat van ons en donderdag zou het drama worden qua temeratuur. Dus in de ochtend door Gonnie naar Mara gebracht, daar gezellig koffie gedaan en bijgekletst. Rond een uur of 1 kwam mijn leen-fysio daarheen. Mijn eigen fysio is op vakantie dus ik heb al een paar weken een vervanger. Ik vertelde hem van mijn tripjes naar Eindhoven met bus en trein. Ik zag hem schrikken. Ik moest wat moeite doen om hem te overtuigen dat ik de risico’s van mijn plannen echt wel op waarde schatte en dat ik niet in zeven sloten tegelijk loop (wat sowiso lastig gaat met krukken). En ik heb beloofd om het voor te leggen aan de chirurg waar ik woensdag naar toe ga. 

Het bleef zoete inval bij Mara want rond een uur of half 3 kwam Annelies weer voor een behandeling. En nog later kwam Sander om daar samen te eten. Gezellig, zo’n dagje hitte ontwijken. 




woensdag 17 juli 2019

Trein!

Vorige week ben ik voor het eerst zelfstandig met de trein geweest! In de aanloop tot dit gebeuren waren er hier en daar wat bezwaren. Toen ik mijn moeder door de telefoon vertelde dat ik zelfstandig met de trein naar Eindhoven zou gaan hoorde ik een zware zucht aan de andere kant van de lijn en van Mara kreeg ik een speech. Annelies en Corinne hadden stil protest maar wel allebei hun gedachten hierover. Allemaal vanuit zorg en liefde. 

Eerste keren vind ik soms spannend. Het ligt een beetje aan het onderwerp. Natuurlijk vond ik het best spannend om voor het eerst met krukken met de trein te gaan. Het is tenslotte niet iets waar ik getraind in ben. Van te voren had ik met de fysio besproken of het zou kunnen want, ik loop niet in zeven sloten tegelijk. Hij zag geen bezwaar. Ik had er goed overna gedacht.

De NS is mijn werkgever en de trein mijn werkplaats. Ik ken de seinen, weet waar de wissels overgaan in de spoorstaven. Kortom, daar geen verassingen.
Sander zette me af in Breda zodat ik niet ook nog met de bus hoefde. Daarna op het gemak naar het perron gelopen. Ik was even op een bankje gaan zitten met mijn blik op het seinbeeld. Als die veilig komt moet ik op richting de plek lopen waar de deur ongeveer zal stoppen waar ik in wil. Dus terwijl de rest van de reizigers naar de kant keken waar de trein vandaan zou gaan komen keek ik de andere kant op, naar het sein. Ik kan me voorstellen dat de reizigers om me heen dachten dat ik niet wist van welke kant de trein zou komen of gewoon in de war was.
Het meest spannende moment vond ik het in en uitstappen. In het geval dat ik niet het trapje van de intercity op durfde te klimmen had ik bedacht dat ik ook altijd nog met de sprinter kon gaan. Die heeft een instap die gelijkvloers is. Maar het ging goed. Gelukkig heb ik genoeg armkracht om mijzelf tegen de zwaartekracht in naar boven te helpen hinkelen het trapje op.

De reden dat ik zo graag wilde kijken of het lukte om met de trein te gaan was de volgende: Ik ben aangenomen als teammanager voor de hoofdconducteurs in Eindhoven. (Jeuhh) Ik wilde graag weten wat lukte en hoe moe ik zou zijn. Dat ik moe zou zijn wist ik zeker maar ik was benieuwd of het reizen ook zou gaan of dat dit niet te doen was. Het is te doen. Dit betekent dat ik in mijn opbouwplan kan meenemen dat ik sommige dagen aanwezig zal zijn in Eindhoven. Ik kan in mijn hoofd vanalles bedenken maar het moet ook haalbaar zijn. Ik kan denken dat ik zelfstandig met de trein kan maar als ik het niet geprobeerd heb weet ik het niet zeker.

Later afgelopen week ben ik ook voor het eerst met de bus gegaan. Een hele andere belevenis dan de trein. In de trein is de in en uitstap het meest spannend. In de bus zijn de medereizigers en de rijstijl van de chauffeur de grootste uitdaging. Mijn grootste angst in de bus is dat iemand zijn evenwicht verliest en tegen mijn been aanvalt. Om dat te voorkomen had ik mijn been achter een stang geplaatst wat dit onmogelijk maakte. Het in en uitstappen is a piece of cake, want die uitstap is bijna gelijkvloers. Dus Eindhoven.. here i come! 







zaterdag 13 juli 2019

Revalideren in evenwicht.

Hoewel ik nog maar in mijn deel 1 van mijn revalidatie zit en er naast bewegen van mijn knie en het soepel houden van mijn spieren nog weinig werk aan de winkel is, roep ik toch af en toe de hulp in van Annelies. Ik ken Annelies via onze gezamenlijke hobby namelijk de paarden. Onze paarden staan op dezelfde stal. Daar is het contact en onze vriendschap begonnen. Annelies heeft een eigen bedrijf: 
‘in evenwicht’ http://in-evenwicht.com/

Toen ik net thuis was, waren het niet zozeer mijn spieren die hulp nodig hadden. Toen kwam Annelies mijn lymfeknopen open zetten. (huh wat?). In het kort: Je lymfe stelsel kan vocht en afvalstoffen afvoeren. Door de operatie en het helingsproces wat zich in mijn knie afspeelde, hield ik behoorlijk wat vocht vast. Door die lympfeknopen open te zetten werd mijn lijf op dat vlak geholpen. Fijn, want door minder vocht kon ik mijn knie weer makkelijker bewegen wat ook weer beter is voor de spieren in het omliggend weefsel. 

Nog voor ik mijn ongeluk kreeg had ik af en toe last van mijn elleboog. Het was niet erg genoeg om ervoor naar de dokter te gaan. 
Tijdens mijn revalidatie werd de pijn in mijn elleboog erger en nu blijk ik links een beginnende tenniselleboog te hebben. Pijnlijk en vervelend. De fysio heeft tips gegeven wat ik qua bewegen anders kan doen (niet meer zelf mijn rolstoel vooruit duwen, niet knijpen in dingen). Krukken lopen mag wel. Vaker met krukken lopen betekent ook vaker een beroep doen op spieren waarvan ik wel wist dat ik ze had maar die ook al een tijdje werkeloos toekeken. En dat resulteert in spierpijn. 

Kortom: het resultaat van mijn lijf niet kunnen gebruiken hoe ik dat normaal doe zorgt voor ongemak en overbelasting op andere gebieden. Afgelopen donderdag kwam Annelies met haar mobiele stoel om mijn nek, schouders en armen te masseren. Heerlijk pijnlijk! Het voelt fijn maar op sommige punten doet het ook echt zeer. En daar komt ze natuurlijk ook voor, om te zorgen dat juist de spieren die vast zitten weer los worden en uiteindelijk minder pijn gaan doen. Aankomende week komt ze weer om dan mijn linker been en mijn voet te masseren dat zal die spieren goed doen. Ik ben met mijn linker been allerlei spierversterkende oefeningen aan het doen. Ik merk dat hij al beetje bij beetje ietsiepietsie sterker wordt. De ondersteuning van Annelies zorgt ervoor dat de boel wat meer in evenwicht komt dat gaat me helpen in mijn deel 2. Fijn!






zondag 7 juli 2019

De slak met de noppensok.

In het ziekenhuis mocht ik van de zusters niet het bed verlaten zonder een noppensok aan mijn rechter voet.  De voet aan het gezonde been. Dit om uitglijden te voorkomen. Thuis heb ik een paar noppensokken aangeschaft en als ik geen schoenen draag heb ik altijd een nokkensok aan. 
Een noppensok is een sok met aan de onderkant antislip nopjes. Ik denk dat de officiële naam antislipsok is. Noppensok klinkt spannender. Maar veel spannender dan de naamsverandering kan ik het niet maken. Het is wel handig want het werkt. Ik glij niet uit. 

Naast de noppensok doet het looprek ook nog steeds dienst. Ik ben nog steeds content met de tas die Sander eraan gemaakt heeft. Ik kan er ook een stuk sneller mee hinkelen dan in het begin, althans, dat is volgens mij vooral in mijn beleving. Een looprek heeft een aantal beperkingen. Het tasje wat eraan gemaakt is gaat bij hogere snelheid heftig heen en weer en knalt dan hard tegen mijn bovenbeen. Doet geen pijn maar is irritant. Daarnaast moet ik uitkijken dat als ik hem gevuld heb met ‘dingen’ ik niet te snel wil want dan vliegt dat wat er in zit met de zelfde vaart weer uit. Ik kan met mijn ballerina zwaai wel dingen oprapen maar het wordt wat vervelend als dat elke stap is. 
Een andere beperking is het stangetje wat de vier poten aan de onderkant op zijn plaats houdt. Die zorgt ervoor dat je pas maar zo groot kan worden als het stangetje het toelaat. Anders knal ik er met mijn scheenbeen tegenaan wat een direct vloeken oplevert omdat dit wel pijn doet. 
Met krukken kan ik wel harder maar dat vindt ik in huis minder practisch omdat ik een sleper (persoon die dingen mee wil nemen) ben. 

Als ik dan wel met grote moeite keihard probeer vooruit te komen met dat rek zie ik Sander soms staan wachten zodat ik door kan hinkelen. Omdat hij staat te wachten realiseer ik me dat mijn tempo laag is en ik wat dat aangaat waarschijnlijk goed mee kan komen met de plaatselijke bejaardenclub. Ik denk maar zo, ik ben alvast aan het oefenen. Als we later allemaal achter looprek lopen, loop ik iedereen eruit want mijn techniek is al fantastisch!
Ik heb het ook sneller koud. Ik ben sowiso al een miep met kou. Dat is nu ik veel tijd in de rolstoel doorbreng niet minder geworden. Ik ben nog niet begonnen met een dekentje over mijn benen in de rolstoel maar wie weet.

En... Het aftellen is begonnen. We zijn in Juli aangekomen. 31 Juli ga ik terug voor foto’s van mijn been en dan hoop ik op groen licht om te mogen belasten.. nog maar 3,5 week!




dinsdag 2 juli 2019

Rolstoel en krukken

Op dit moment beweeg ik me voort met krukken, het looprek of de rolstoel. Vooral als Sander en ik de hort op gaan gaat de rolstoel mee. Een klein stukje met krukken lopen gaat wel maar een lang end is een uitdaging. Dan biedt de rolstoel uitkomst. Ik moet zeggen, er zijn nog nooit zoveel mannen (en vrouwen) voor mij door de knieën gegaan. 

Als we onderweg zijn met rolstoel heb ik altijd krukken bij me voor het geval ik naar het toilet moet oid. Dat is echt handiger met krukken. Als ik me dan eenmaal verticaal richting toilet beweeg zeggen mensen. “ Oooo je kan gewoon lopen! Het valt wel mee. “ Grappig is dat, zolang je in een rolstoel zit is het leed blijkbaar groter dan als je staat of met krukken loopt. Nou, het leed is niet groter of kleiner.  De rolstoel is een praktische manier van voortbewegen. Nu hoef ik geen brace meer om maar ook die zorgt ervoor dat mensen anders met je omgaan of naar je kijken. Ze zijn dan voorzichtiger. Bij mij is het zichtbaar en daar reageren mensen op. Het is jammer dat er geen burn-out brace bestaat. Of een depressie kruk. Ziektes die je wereld op zijn kop doen staan maar waar je geen uiterlijke kenmerken bij ziet. Dus ik heb mazzel, de ogen die op mij gericht zijn, zijn zonder oordeel.

Ondertussen heb ik ook al een tijdje een angst. Ik heb een aantal weken geleden gedroomd dat ik opstond en zo weg liep, zonder aarzeling. Sinds die tijd ben ik bang dat ik dat doe. Ik heb helemaal geen pijn. Soms voel ik ongemak maar dat is eigenlijk alleen de spieren die stram zijn. De fysio moest lachen, “ Dat voel je wel hoor als je opstaat,  waarschijnlijk doet dat zoveel zeer dat je meteen naar steun zoekt, of meteen gaat zitten” Alles in mijn been is natuurlijk verzwakt door het niet gebruiken. 

Ik kan inmiddels wel steeds makkelijker op mijn zij liggen. Als ik dan zo op bed lig beweeg ik mijn linker been naar boven en weer naar beneden. Zo train ik een beetje mijn gluteus maximus, medicus en vast ook minimus a.k.a. Grote (en kleinere) bilspier(en). Ik merk dat mijn spieren een klein beetje sterker worden en dat is fijn voor als ik mijn been straks weer mag belasten. Bewegen met mijn been gaat sowiso beter. Stuntelde ik eerst nog met een grijper of vroeg ik hulp als er iets viel. Nu zwaai ik mijn linker been als een echte prima-balarina naar achteren. Dat zorgt voor tegengewicht zodat ik met een mooie buiging naar het gevallen voorwerp kan reiken en het zelf op kan pakken.

Ik had gister ook een klein “ jeuhhh” momentje. Ik smeer regemaltig mijn litteken in en voel soms ook aan de plek waar de breuk zit. Nou druk ik niet hard en als ik dan een beetje op die plek drukte voelde ik pijn. Gisteren merkte ik dat als ik erop drukte dat ik niks voelde. Ik heb overigens niet daarna geprobeerd met meer druk te kijken wanneer het wel zeer ging doen maar ik was er blij mee. Ik weet niet of het dan het weefsel is wat minder pijn doet of het bot maar dat doet er niet heel veel toe. Ergens hoop ik dat dit betekend dat het bot genezen is maar volgens mij zitten er in bot geen zenuwen dus zal het wel niet het bot zijn wat ik voel, of..eigenlijk niet meer voel. Afijn. De kleine dingen.





woensdag 26 juni 2019

Goochelen op één been.

Daar sta ik dan, in de keuken. Terwijl ik op mijn onderarmen steun schil ik een sinaasappel. Het looprek staat tussen mij en de keukenkastjes in. Ik heb mezelf zo gepositioneerd dat ik daarna met een simpel naar rechts rijken de kraan open kan draaien om mijn handen te wassen. In het begin deed ik dat niet en dan moet ik dus met natte kleverige handen van de sinaasappel mijn looprek vastpakken om naar de kraan te lopen. Vervolgens moest ik dan mijn looprek weer schoonmaken. Geen onoverkomelijkheid maar wel gedoe. Maar zo leer ik elke dag hoe ik mezelf handiger kan voortbewegen.

Heel lang op één been staan is vermoeiend voor de spieren in mijn heup en bil van mijn standbeen. Hierbij heb ik, in tegenstelling tot flamingo’s, wel meer spierkracht nodig dan wanneer ik gewoon op twee benen zou staan. Ik denk dat ik aan het eind van mijn deel één   een hele gespierde bil heb en daarnaast een soort uitgezakte puddingbil. Dat komt vast in deel twee weer goed. 

De thuis- perikelen heb ik wel goed onder controle. Nu is het onderweg nog wel eens de beste manier van goochelen zoeken. Als ik bijvoorbeeld ergens naar toe ga en ik moet naar het toilet, gebruik ik vaak de muur om te leunen zodat ik mijn twee handen vrij heb om mijzelf weer aan te kleden. Maar ik heb ook ontdekt dat ik vrij goed ben in balanceren op één been. Soms kies ik ervoor om te balanceren. Het is bijzonder hoeveel spieren je gebruikt om te zorgen dat je niet ter aarde stort. Als ik tijdens het balanceren naar mijn voet kijk waar ik op sta zie ik die allemaal kleine bewegingen maken.( in tegenstelling tot een flamingo die een soort klik systeem in zijn been heeft waardoor hij zonder spierkracht op één been kan staan (aldus internet). Fascinerend.)

Wat wel een echte uitdaging is, zijn deuren met drangers. Daar moet je soms best wat kracht voor gebruiken om ze open te krijgen waarna ze eigenlijk meteen weer met dezelfde kracht dicht willen vallen. Meestal geef ik er een douw tegen, die niet genoeg is om de deur ver open te krijgen maar wel een stukje. Ik steek daarna meteen mijn kruk tegen de deur aan. De onderkant van mijn kruk is van rubber en dat zorgt ervoor dat hij niet verder dicht kan vallen. Daarna nog een douw tegen de deur terwijl ik tegelijkertijd mijn onderkant kruk verplaats en zo kom ik dan naar binnen. Bij het naar buiten gaan moet ik altijd uitkijken dat ik niet een ongewild kontje van de deur krijg. Veel gaat over in balans blijven en balans zoeken deze dagen. 



(Vanwege allerlei copyright gedoe heb ik zelf een flamingo gefreubeld)